Van welk Brussel moet men houden?

Bravo Brussel

Hoe kan een stad zich onttrekken aan haar eigen imago? Zeg hardop Brussel en de armen zullen in hulpeloosheid omhoog gaan, in welk gezelschap men zich ook bevindt. Er is geen naam van een stad zo gelijkgesteld met het negatieve, het onmogelijke, zelfs met het absurde. Met geldverkwisting, met regelgeving, met ondemocratische besluitvorming. Waarschijnlijk is er geen naam van een stad zo moedwillig misbruikt door de nationale politiek in welk Europees land dan ook. Iedere populistische politicus zal spreken over de macht van Brussel... Volgens Brussel... Brussel heeft beslist... In Brussel wil men... Het is tot demagogie verworden. De regeringsleiders bijeen op de top in Brussel, de EU in Brussel, de NAVO in Brussel.
Daardoor is de échte stad Brussel voor de meeste mensen onzichtbaar geworden. Brussel is verworden tot een nieuwsitem, een kortstondige flits uit het journaal, dat deel is geworden van ieders leven maar waar de betekenis allang van verloren is geraakt. Men hoort erover maar plaatst het buiten zichzelf. Door die vervreemding ontstaat de vraag Wat is dat dan Brussel? Er is Vlaanderen, er is Wallonië, er is zelfs België en er is Brussel. En Brussel dat is... ja, dat is Brussel.
Net zoals er Vlamingen zijn, Walen zijn, zelfs Belgen zijn, én Brusseleers zijn.

Maar van welk Brussel spreekt men dan? Het kleinburgerlijke Brussel van Jacques Brel of het surrealistische van René Margritte? Het romantische Brussel van Liesbeth List of het levendige van Johan Verminnen? Het geheimzinnige Brüsel van Francois Schuiten of het koninklijke Bruxelles van Hergé? Is het een opera in de Muntschouwburg of wereldmuziek in de Ancienne Belgique? De Internationale Elisabethwedstrijd voor viool of de Ommegang van de Reuzen?

In Brussel schreef Karl Marx met Friedrich Engels het Communistisch manifest. De Franse schrijver Charles Baudelaire schreef er zijn vernietigende Arm België. Auguste Rodin woonde er jarenlang, en dat deden ook Alexandre Dumas en Victor Hugo. Hendrik Conscience leefde en schreef er met plezier. Hij hield van Brussel; zo ook de Nederlandse schrijvers Willem Frederik Hermans en Multatuli die er zijn Max Havelaar schreef.
Aan de ingang van de Egmonttuinen, waar men vanuit het Hilton een prachtig uitzicht op heeft, staan enkele citaten gehouwen in steen van de schrijfster Marguerite Yourcenar die hier geboren is en later tot lid werd gekozen van de Koninklijke Académie. Ook Audrey Hepburn is in Brussel geboren en Jean-Claude van Damme. Of kiest u voor de Art Nouveau architect Victor Horta? Of voor baron Jean Toots Thielemans?

Het duizelt in het hoofd en dat deed het zeker toen ik dit bezoek voorbereidde. Ik wou perse dat echte Brussel (her)ontdekken, dat ik kende van mijn studententijd. De groene parken aan het Koninklijk Paleis (het werkpaleis) waar ik voor het eerst een lanenstelsel in ganzenvoet zag, of het nachtcafé Le Petit Blanc met de eerste calvadosgeneugten. Zitten en nietsdoen op de trappen van de Beurs of mosselen eten in de Korte Beenhouwersstraat.
Het zijn heerlijke dagen in een van de mooiste herfstseizoenen die ik me herinner. Als uitvalbasis is het Astoria hotel gekozen, geheel in Belle Epoquestijl opgetrokken. Iedere zich respecterende stad dient eigenlijk over een dergelijk hotel te beschikken, het verankert de geschiedenis en geeft die in verfijnde nuances door aan zijn bezoekers. Het hotel werd meer dan waarschijnlijk gebouwd met de financiële hulp van Koning Leopold II die, met het vooruitzicht van de Wereldtentoonstelling van 1910, een super-de-luxe hotel ter beschikking wou hebben waar hij zijn hoge gasten kon onderbrengen. Het was een van de drie belangrijkste Brusselse hotels uit de Belle Epoque, samen met het gesloopte Grand-Hôtel aan de Anspachlaan en het Hotel Métropole op het de Brouckèreplein. In zijn meer dan 80-jarig bestaan verbleven er ontelbare staatshoofden en beroemde artiesten. Nu hangt er een wat vervlogen sfeer, voor diegene die er gevoelig voor zijn een genoegen van weemoed waar men in gedachten Winston Churchill met Dwight Eisenhower opnieuw de trap af ziet komen, het gelach van Salvador Dali door de gang hoort klinken of koffie drinkt naast de Aga Khan.

Twee dagen worden besteed aan excursies, het fotograferen en onderzoeken van diverse parken in de hele stad. Hoogstedelijke parken, openbare Koninklijke domeinen, restanten van de wereldtentoonstelling, tuinstadplantsoenen, herstelde beeklopen en rurale parken of voormalige kloosters. Indrukwekkend divers, rijk aan landschaparchitectonische kwaliteiten, strak in het onderhoud en divers door een goed ecologisch beheer.
De derde dag is een zondag, aangekondigd als autoloze zondag en tevens Open monumentendag. Dat hebben we geweten en zullen we nooit vergeten. Het is geen feest van de horeca, het is geen truc van de middenstand, geen actie van de kamer van koophandel. Het is niet slechts een verkoopsstunt ter promotie van het stadscentrum. Het is een dag die zich in heel de stad afspeelt. Overal zijn er buurt- en wijkfeesten, het is of men van het ene dorp naar het andere wandelt. Of fietst. Wees daarvoor wel op uw hoede van de Belgen kunnen niet fietsen en toveren de straten om tot een middeleeuws toernooi waar men al die gehelmde en van kniebeschermers voorziene fietsers die over de straten waggelen, moet proberen te ontwijken. Misschien zijn er wel een miljoen mensen op de been en in elke straat is wel iets ludieks te zien of te beleven. Op deze manier krijgt de stad weer het karakter van een stad en begrijpt men het wezen ervan. Er ontstaat een soort vertraging in het leven, de mensen kuieren, begroeten elkaar en kijken naar hoekjes en straatjes alsof ze die voor het eerst zien. Brussel is niet langer die kortstondige flits uit het televisiejournaal maar een aangename plek om te verblijven. Er wordt gegeten en gedronken, aan ijsjes gelikt en gehuild door kinderen die door de benen de mama niet meer zien. Kortom: feest. Blije mensen, lachende gezichten. Fietsers, skaters, poppenkastspelers, trommelaars, vertellers, opa’s en oma’s, Vlamingen, Brusseléérs, wafelverkopers en Manneken Pis. Zelfs de normaal zo saaie Brusselse parkeergarages hebben ter actie grote spandoeken opgehangen waarop voor de goede verstaander gratis parkeren wordt geafficheerd.

Hoe mooi is een lege straat wel niet waarin langzaam de ochtendzon de gevels opwarmt en aanlicht. Hoe spannend is een lege autotunnel wel niet waarin skaters achter elkaar aanzitten. Hoe ontroerend zijn al die voetgangers wel niet, die voorzichtig op de voetpaden en de trottoirs blijven in plaats van de lege straten zelf in bezit te nemen. Ik lach om een groep wandelaars die keurig voor het rode stoplicht staan te wachten, terwijl er nergens auto’s te zien zijn. In de namiddag komen zelfs de paarden naar de stad. De Place de Brouckère is plots weer gevuld met koetsen en langs het Paleis van de koning trekt een stoet rijtuigen. Een van de vele hoogtepunten van de dag vormt de openluchttentoonstelling op de Kunstberg, naast de Albertinabibliotheek. Honderdvijfenzeventig reuzengrote opgetuigde paardenbeelden staan ter gelegenheid van 175 jaar België uitgestald. De paarden werden blanco door een sponsor gekocht en die zorgde voor een kunstenaar of artiest, die het beeld van originaliteit voorzag. Het is een feest van moderniteit in die strakke formele omgeving.
Verderop in de Karthuizerstraat staat het beeld van beeldhouwer Tom Frantzen, het inmiddels bekende beeld van de hond Zinneke, met het pootje omhoog.
Een Zinneke is een kruising van rassen, een sterke hond, die zonder complexen nieuwsgierig naar de wereld kijkt. Symbolisch staat hij voor dé Brusselaar, meestal ook een kruisbestuiving van de vele volkeren en culturen  die doorheen de geschiedenis in Brussel passeerden. De Brusselaar is gastvrij en is vooral geen 'dikkenek'. De Zinneke Parade is sinds een paar jaren uitgegroeid tot een apart soort manifestatie, typisch voor de stad.

Want van welk Brussel moet men houden of wil men houden? Ik besluit het niet te weten en wil ze allemaal. Het volle groene Brussel dat ik de laatste twee dagen ontdekt heb en waarover ik later nog graag wil schrijven. Het Europese Brussel met al die duizenden ambtenaren die ’s ochtends in de treinen naar de stad komen en al die te grote gebouwen voor de glazenwassers. Het magistrale Brussel, overgeërfd van Leopold II met zijn hoofdstadallures en gebombardeerd tot iets wat niemand wil zijn. Het artistieke Brussel van de Art Nouveau waar de slanke silhouet van koningin Elisabeth als engel over waakt.
Maar er is ook het Brussel van het ketje, het jongetje, het manneke. Kuifje is een ketje. Het Brussel van Stoemp et Ballekes, van het bier, van de wafels, van de paling in het groen, de smoutebollen en de kiekemitjes. Brel zingt erover in het lied Jef: Puis on ira manger/Des moules et puis des frites/Des frites et puis des moules/Et du vin de Moselle/Et si t'es encore triste/On ira voir les filles/Chez la madame Andrée/Parait qu'y en a de nouvelles/,,,
Dat is ook een laag waaruit het fundament van Brussel is opgebouwd, het zich kunnen wapenen tegen de misère van het leven en dat doen vergeten. Het symbool van dit Brussel is Manneken Pis, een wereldfiguur van onbezorgdheid en verzet tegen de bezetter Het volkse element dat zo eigen is aan iedere echte wereldstad. De folklore, de traditie, de stoeten en de ommegangen. De trommelaars die door de nauwe straatjes marcheren en oproepen tot het feest met de grote poppen, de Reuzen, die er achter aan gedanst komen. Elementen die de eeuwenoude tradities van de stad kenmerken en waarop vele bewoners leunen om wat steun te vinden in hun leven. Het is een cultuur die dwingt tot eenvoud, die zowel in de elegante schoonheid van de prestigieuze winkelgalerij is terug te vinden, als in de volkse café’s. Maar altijd wel met de stoute knipoog die zo eigen is aan het Brusselse dialect dat door de poppen van keldertheater Toone nog steeds gesproken wordt

Al dat kwam naar boven. Al dat is wat Brussel tot Brussel maakt. Verminnen zingt ‘Als ge Brussel wilt zien leven, moet je niet veel geld uitgeven’ en Brel vult aan ‘C'était au temps où Bruxelles bruxellait’.

Michel Lafaille
Klik op de afbeeldingen voor een vergroting
   
© 2006-2011 Copyright Michel Lafaille - alle rechten voorbehouden