Een weekeinde Champagne

Waarom krijgt de ene mens veel aandacht en de andere niet, terwijl juist die andere ons zoveel te vertellen zou hebben als we er aandacht aan hadden gegeven. Net zoals bij mensen is dat ook het geval met streken of steden. Waarom trekken we allemaal naar een bepaalde plek en kiezen we nooit voor ons onbekende plekken? Zonder duidelijke reden zijn al die andere plekken nooit tot een vakantiebestemming bevorderd. We hebben een onbestemde drang naar het exotische en serveren het nabije af als te gewoon.
„Neen,” antwoorden we ietwat beschaamd op een feestje of receptie „daar ben ik nooit geweest, waar ligt dat zei je?”
Het zijn niet altijd onbekende namen die wij links laten liggen in hun geografische vergetelheid, zelfs de meest klinkende namen durven we te negeren, zoals die van de Champagnestreek.
„Aha,” hoor ik u roepen „is Champagne een streek? Ik dacht dat ze overal champagne maken in Frankrijk en ik had laatst zelfs een champagne uit Bulgarije.”
Wel, hier dien ik u terecht te wijzen en bij de hand te nemen om u te laten zien waar de echte en enige Champagnestreek ter wereld is gelegen, de enige streek waar de wijnhuizen de naam champagne op haar flessen mogen vermelden. Een streek die op amper vier en een half uur rijden ligt van Amsterdam (475 kilometer), of slechts drie uur van Antwerpen (325 kilometer). Dan bent u meteen al in Reims, de culturele hoofdstad van de Champagne-Ardenne. Niet te verwarren met Epernay want dat is de echte hoofdstad terwijl Troyes de historische hoofdstad is. Wat een toeristische luxe. Dat heb je met zo’n rijk gebied met een grootte van 25.600 km² waarin maar liefst 1947 gemeenten liggen.

Authentiek
Voor een weekeinde van drie dagen is dat teveel en daarom beperken wij ons tot de streek onder Reims waar de wijnranken groeien, de champagne in de kelders ligt te rusten en gaan we op voettocht door de eeuwenoude steden Troyes en Sézanne. We slapen een keertje in een historisch kasteelhotel, vervolgens in een gezellig charmant stadshotel in Romilly sur Seine en tenslotte in een viersterrenhotel in Troyes. Afwisseling doet eten en dat is meteen het motto voor dit weekeinde, afwisseling in hotels, in maaltijden en daarnaast in het bekijken van veel authentiek schoon. Straks, als ik weer thuis zal zijn en terugdenk aan deze reis zal blijken dat vooral dat authentieke mij zal zijn bijgebleven. De stille ambachtelijkheid van deze landstreek waar alles wat door haar inwoners werd en wordt gemaakt getuigt van een grote traditie die van generatie op generatie wordt doorgegeven maar ook wordt aangevuld met de wonderen van de moderne techniek.
Uren en uren hebben we rondgereden door dit prachtige land, heuvel op, heuvel af, door de uitgestrekte druivenvelden die strakjes in de herfst voor de hemelse drank zullen zorgen. Het lijkt wel of men hier in een uitvergrote reclamefolder rijdt, een overgedimensioneerde kalender met zuiver romantische plaatjes, het landschap bevestigt het beeld dat we al van deze gouw hadden. Het is teveel om telkens voor te stoppen en uit te stappen dus probeer ik vanuit de auto links en rechts foto’s te schieten om die waarachtigheid te grijpen die daar tussen de wijnranken hangt. In de herfst moet het hier toverachtig mooi zijn en we nemen ons voor hier terug te komen. Nu rijden we gelukkig rond tussen de kaarsrechte lanen met platanen op zoek naar een volgend dorpje om in het plaatselijk café iets te nuttigen en ook even de kerk binnen te lopen om naar de architectuur en de aankleding te kijken. Op ieder dorpsplein staat een monument voor de gesneuvelden uit een van de grote oorlogen met altijd een vers gesneden bloemenboeket erbij gelegd en soms wel eens een standbeeld van een lokale beroemdheid.

Natuur
Deze streek bestaat niet alleen uit cultuurlandschap. Er is ook veel natuur in de vorm van bossen en woestere delen. Daar is de laatste jaren meer en meer belangstelling voor gekomen en overal zie je de avonturenpaden verschijnen, een soort gewaagde hindernisbanen. Op elke wandeling in het bos kom je aan de rand wel een groepje jongeren tegen die onbevreesd in de metershoge bomen klauteren en daarboven allerlei gevaarlijks uithalen die ik zelfs hier beneden niet zou durven. Ik huiver en loop door, de blik op de plantjes en de kruiden gericht.
Wat mij wel fascineert is de grote hoeveelheid wilde planten die hier te vinden is. Wilde campanula, vingerhoedskruid, gentiaan, orchideeën zoals rood bosvogeltje of het vrouwenschoentje, geranium en bosanemoon, ze zijn hier allemaal te vinden. De mevrouw van het regionaal bureau voor toerisme gaf me een schitterend en praktisch boekje met 75 planten erin vermeld, dat ik als een schat bij me draag. Er staat een kaartje in van de streek met een natuurlijke indeling van de grondsoorten en alhoewel mijn kennis van het Frans beperkt is begrijp ik aan de hand daarvan nu beter wat de meneer van het champagnehuis gisteren allemaal vertelde in zijn kelder over het waarom van de druivensoorten die hier in de streek voorkomen en zorgen voor de zo bijzondere champagnedrank. Met name de krijtgronden op de zonnige hellingen hebben daar veel mee van doen. Opnieuw ben ik verbaasd dat honderden jaren geleden dit alles reeds in cultuur werd gebracht, met de toch nog beperkte kennis van bodemkunde die men toen had.
Verder weg naar het zuiden gaat het landschap over in korenvelden. Eindeloze akkers zo ver de horizon reikt. Sommige mensen durven te zeggen dat het land hier monotoon wordt maar mij doet het denken aan de binnenlanden van Andalusië waar ik in eenzelfde land rondzwierf langs de Rio Guadalquivir. Overal hangen de leeuweriken in de lucht.

Slapen
Hier in deze regio stromen de Seine, de Aube, de Marne en de Aisne. Wij draaien deze dagen vooral rond de Seine die hier nog smal en lieflijk is voor ze haar weg vindt naar Parijs. Het riviertje kronkelt en draait, verstopt zich en komt weer te voorschijn. Op de tweede dag slapen we in Romilly sur Seine, een klein stadje met een rustig karakter. De gastvrouw van L’Auberge de Nicey verwent ons zoals dat alleen nog in een traditioneel verhaal mogelijk is. Nog voor ik mijn naam kan zeggen heeft zij de kamersleutel al in de hand en biedt aan mee te lopen naar de auto. Moe van alle indrukken van de dag die ons langs diverse bezienswaardigheden voerde, waren we blij even rust te kunnen vinden op de hotelkamer. Als een ware psycholoog doorziet zij dit verlangen en laat ons alleen maar als de tijd voor het avondeten is aangebroken staat zij ons beneden al op te wachten. Een verrukkelijk diner wordt ons voorgeschoteld waarbij niet alleen de ogen, de neus en mond worden vertroeteld maar zelfs de oren met gerechten die luisteren naar de naam rillette de saumon, ballottine de volaille, bavette à l’ échalote of andouillette de Troyes. Ik praat dan nog niet eens over de kaas die daarna kwam of de namen van de wijnen die in het menu stonden te lezen. En altijd en overal is er eerst een glas champagne. In het kleinste restaurantje tot in het chicste etablissement, de gast zal weten in welk deel van Frankrijk wij ons hier bevinden.
Dat was ook al zo in het kasteelhotel van Igny Comblizy, waar de landelijke rust en de diepe stilte die over het land heerst ons deed verdwalen in een slaap der onschuldigen. De verse baguettes en de café au lait van de frisse ochtendstonde deden mij lichtjes rillen van genot. Ja, dit was waar dit land zo beroemd om was, de eenvoudige elementen van de gastronomie die ook bij het ontbijt het meesterschap van de keuken waarmaakten. Snel naar buiten om nog enkele foto’s te maken van de tuin rond het kasteel die zo prachtig uitgelicht wordt door de vroege morgenzon.

Steden
Maar het meeste werd ik toch geïmponeerd door de steden van de streek. Met name Sézanne (met een s en niet met een c zoals de schilder) en het middeleeuwse Troyes. Na de verschrikkelijke brand van 1524 die een groot deel van Troyes in as legde is de stad opnieuw opgebouwd binnen zijn versterkte stadswallen. Vandaag zijn de eeuwenoude huizen met hun houten steunbalken en lemen muren nog steeds te bewonderen en zorgen voor een heel typische sfeer in de oude binnenstad. Later zijn de wallen, de torens en de poorten rondom de stad verdwenen, maar de contour van de oude stad is via wegen nog steeds te zien op luchtfoto’s of plattegronden. En ja, het onmogelijke is toch mogelijk want de vorm van deze plattegrond is de contour van een champagnekurk…
Overigens is een groot deel van de oude vestingmuren omgetoverd tot een aangenaam en romantisch park waar het heerlijk toeven is. Rondom de stad ontstonden voorsteden en kwamen de textielfabrieken – het beroemde 19e eeuwse verhaal van de bonnetterie van Troyes waar de stad nog steeds bekend om is. Van heinde en ver komt men uit heel Frankrijk om kleding te kopen in deze textielstad. Ik heb er groengele sportsokken aan overgehouden, een aankoop meer als geste van solidariteit dan uit behoefte.
In het hart van de oude stad, die zo levendig is als een zaterdagse markt, is veel bewaard gebleven van hetgeen die middeleeuwse handwerkslieden toentertijd hebben gebouwd. Het is heerlijk om er te flaneren en me te laten verleiden door de diverse winkeletalages (ik kocht een boek over middeleeuwse tuinen) terwijl de geuren van de diverse crêperies door de lucht zweven en me hongerig maken. Ik moet oppassen want vanavond is er gereserveerd in Troyes toprestaurant Valentino, een heus sterrestaurant. Dus blijf ik lopen en zwerven door de straten en steegjes waardoor ik in een historische melancholie terechtkom. Opeens ontdek ik een kerkje waar twee oude dames naar binnen schuifelen en ik besluit ze te volgen. Het is de Église Saint Pantaléon; een zestiende-eeuwse kerk met zowel gotisch als renaissancistische kenmerken. Het hoge houten gewelf dateert uit de zeventiende eeuw. Ik ben onder de indruk en koop een boek bij het souvenirstalletje aan de overkant en loop snel weer terug naar binnen om alles te bekijken. Een groot aantal beelden uit verwoeste kerken hebben hier onderdak gevonden, lees ik. Maar ik ben vooral geïmpressioneerd door de glas-in-loodramen. Er hangt een warme intieme sfeer in de kerk, die smal en hoog is en met die talloze beelden een veelomvattend beeld geeft van het katholieke geloof. Ik zit een hele poos roerloos te mediteren op een van de houten bankjes en volg dan stilletjes de dames weer de kerk uit.
Buiten wordt ik overvallen door krachtige bewegingen in de lucht. Wolken draaien en keren en telkenmale verschijnt de zon weer en verwarmt de koude wandelaars. De terrassen hebben de stoelen al buiten staan alsof ze het weer van morgen willen voorspellen.
Op de hotelkamer zal ik verder lezen over de stad Troyes en al haar kerken, allemaal met zulke kleurig gebrandschilderde glasramen (vitrail in het Frans) met wonderbaarlijke vertellingen daarop weergegeven; over de school van Troyes in de beeldhouwkunst en over de invloed van de Vlamingen daarop. En vooral lees ik graag over de ambachtslieden die een hoge ontwikkeling hebben gegeven aan zoveel gereedschap en werktuigen van verschillende beroepen. Dat wordt op een leerzame manier weergegeven in het museum van het ambacht, Maison de l’outil et de la Pensée ouvrière (hoe zou je dit moeten vertalen?). Het verleden begrijpen om aan de toekomst te werken, staat er in hun logo. Dat is waar ze in dat schitterende gebouw aan werken, om een vertaling te maken van de fundamentele waarden van het ambachtsleven. Iedereen kan daar iets vinden wat hem of haar interesseert om zich daarin vervolgens te laten meevoeren in een overzicht van de historische ontwikkeling. Of het nou hamers zijn of beitels, zagen of scharen, gordijnstof of gemarmerd papier, inktpotten of behang, handstokken om te verven, metalen steunen voor schoenen en wat al niet meer.

Tuinen
In de stad Troyes waren verschillende koeren en binnenplaatsen bij openbare gebouwen en musea getransformeerd tot kruidentuin waarin medicinale kruiden, planten voor de verfindustrie en dies meer te zien waren. Dat deed me denken aan de boeiende Jardin Botanique van Marnay sur Seine die we gisteren bezochten. Daar kan de bezoeker het pad van de evolutie langslopen met achtereenvolgens diverse plantontwikkelingen zoals ze zich hebben afgespeeld en voor zover ze nu nog bestaan. Leerzaam en mooi tegelijk. Als vanzelf loopt de tuin dan over via een reuzegrote berceau naar een uitgebreide groentetuin. Geen potager in de ware zin des woords, eerder een tentoonstelling van diverse en vergeten groenten, fruit en kruiden.
Heel anders dan de omsloten tuin die we in Sézanne bewonderden, gelegen achter de decoratie en bloemenwinkel Fontana Muller. Een keurige parterretuin, krullend met sierlijk slingerende buxus die tot op de millimeter is bijgesnoeid. Vier grote Chinese potten van geel keramiek geven een evenwichtige verdeling aan de ruimte. Hier spreekt wederom een lange traditie van zorg en aandacht en net zoals die binnen in de winkel wordt weerspiegelt in de mooiste spulletjes ter decoratie, net zo sprekend werkt het lijnenspel in de tuin.
Veel groter en gewaagder van opzet was de tuin die we op de eerste dag bezochten in Nanteuil La Foret, de Jardin Botanique de la Presle. Wat aarzelend liep ik er naar binnen, naar buiten dus, en dacht dat het me wat tegenviel. Tot ik in de achterste delen kwam, waar de tuin zich opent naar het landschap en op datzelfde moment de donkere lucht open brak en de zonnestralen naar beneden donderden om er de Hemercalissen, de Salvia’s, de Knipholia’s, de Campanula’s, de rozen te belichten. Ik kon niet meer stoppen met fotograferen en pas toen het de allerhoogste tijd werd om te vertrekken heb ik me van zoveel schoonheid en plantenliefde los geworsteld?
Ja, voor tuinen kunt u zeker naar de Champagne. Maar er is meer voor wie oog heeft voor al dat moois. Want ik heb u nog niet verteld over het Château de Montmort met zijn indrukwekkende opgang voor de paarden naar de hogere verdiepingen en zijn geknipte tuin of over het Château d’Etoges met zijn statige gracht en gazons en zijn geknipte lindebomen langs de entree waar de Rolls Royces naar binnen reden. Over de oude watermolens van Sézanne of de vele Villes et Villages Fleuris die verspreid liggen over de hele streek, waar vaste planten en siergrassen groeien en bloeien in de openbare ruimte en de plantsoenmedewerkers omgevormd zijn tot echte hoveniers.
Waarom gaat u zelf niet eens een kijkje nemen?

Michel Lafaille
Klik op de afbeeldingen voor een vergroting
   
© 2006-2011 Copyright Michel Lafaille - alle rechten voorbehouden