Druppels...

Een klooster in Sevilla

Verstilling en kunst

Sevilla is met meer dan 700.000 inwoners de hoofdstad van Andalusië. Een strenge streek waar door de eeuwen heen de Moorse en Westerse cultuur elkaar ontmoetten. Een oude stad waar het rooms katholicisme hoogtij viert in talloze kerken en een indrukwekkende kathedraal. Tevens is Sevilla de hoofdstad van de flamenco met mooie vrouwen die met hun hoge schoenen ingetogen stampen op het houten plankier, de haren strak opgestoken en de ogen draaiend langs hemel en hel, terwijl monotoon hees keelgezang door de ruimte huilt, begeleid door warme klanken van de Spaanse gitaar.
Het is een stad waar in elke straat sinaasappelboompjes te vinden zijn, de los naranjos, die in de binnencour van de kathedraal in het mooiste grid van de wereld opgesteld staan. Het is een stad waar zeeschepen tot in de haven doordringen en muilezels uit de olijfheuvels in rondtrippelen. Twee wereldtentoonstellingen hebben er plaats gehad en die hebben hun sporen in de stadsopbouw nagelaten. In het huidige Parc María Luisa zijn vele gebouwen uit de handelstentoonstelling van 1929 terug te vinden. Het was een prestigieuze opzet om de economie in Andalusië te stimuleren, gefinancierd met veel Amerikaans kapitaal. Helaas viel hij samen met de beurskrach op Wall Street.

Aan de westoever van de machtige Guadalquivir ligt het terrein van de wereldexpositie Expo ‘92, nu voor een deel pretpark geworden en de rest een kantorencentrum. De brede maar doodse straten staan vol geparkeerde auto’s van kantoorbedienden die zitten te werken achter spiegelende ramen van zwijgende kantoorgebouwen. ’s Avonds is het hier uitgestorven. Zuidelijk hiervan ligt de oude arbeiderswijk Triana, een volkse buurt met smalle straatjes, levendige cafeetjes en authentieke restaurantjes. Dit is de buurt van de zigeuners, waar de stierenvechters en de flamenco-artiesten vandaan komen. De patio’s liggen uitnodigend in de zon, op de pleintjes hangt de schaduw bezwangerd met de scherpe keukengeuren die uit de huizen komen.
Tussen het kantorengebied en de oude wijk ligt een soort niemandsland, uitkijkend over de rivier, met daar midden in het indrukwekkende gebouw van het kartuizer klooster, het Monasterio de Santa Maria de las Cuevas. De kartuizers zijn monniken van de strenge contemplatieve orde van Sint-Bruno, gesticht in 1084.

Tot 1836 hebben de monniken hier gewoond, gewerkt en hun invloed uitgeoefend. Zij hebben enkele van de mooiste werken uit de School van Sevilla laten maken, waren machtig en toch teruggetrokken, zoals de plaats van dit klooster aan de oever van de rivier getuigt. In 1841 heeft een rijke Engelse industrieel naast de voorname gebouwen van het klooster een fabriek laten bouwen voor keramiek. Meer dan 100 jaar heeft die industrie gedraaid en mensen aan het werk gehouden maar stopte uiteindelijk in 1980. Het klooster en de fabriek werden door hun bijzondere architectuur en uitstraling gerestaureerd voor de wereldtentoonstelling en vormden er het intieme en verstilde hart van. 
Het klooster Cartuja of Kartuizerklooster huisvest momenteel het Centro Andaluz de Arte Contemporaneo oftewel het museum voor hedendaagse kunst met een vaste collectie van werk van kunstenaars uit Andalusië, tijdelijke tentoonstellingen en een mooie tuin.
Via een vijf meter breed toegangspad van grote tegels nadert de bezoeker het gebouw. Links en rechts liggen tuinen met vijverpartijen die verwijzen naar de rivier en haar natte oevers. Eenmaal de poort onderdoor zal een werk van de Amerikaanse kunstenaar Richard Serra alle aandacht trekken en een dynamiek oproepen die sterk contrasteert met de rust en de traagheid van het gebouw. Gemaakt van hetzelfde materiaal als een schip, als een reminiscentie aan de lang vervlogen tijden toen vanuit Sevilla de wereld mee werd bestuurd. Serra en zijn trouwe assistent, de Duitser Ernest Fusch zijn altijd samen aan het werk met de opbouw. Zij vormen al 27 jaar een team. Dat moet dus ook hier het geval geweest zijn.
Overal in het gebouw hangt diezelfde geladen verstilling, nog verhevigd door de brandende zon die de lucht doet trillen en aan de gebouwen een lichte vibratie lijkt te geven. Vanwege die zon en warmte zijn de meeste binnencouren of patio’s overspannen met zachte linnen doeken die af en toe opbollen in een lichte bries, die als een adem over het gebouw waait. De renovatie en uitbreiding van het klooster in 1992  werd getekend door de architect José Ramon Sierra die onder meer daarvoor speciaal een prachtige en indrukwekkende binnenplaats ontwierp met dikke betonnen palen van een meter breed, die als enorme steunen van een pergola worden gebruikt. Deze is helemaal overdekt met blauwe regen die in slierten afhangt en een regenval van twijgen vormt waar men tussendoor moet lopen.
Diezelfde stille weemoed die dit beeld oproept is terug te vinden in de kleine hoeken en gangen die het klooster rijk is, en in de voormalige kapel die behangen is met glazen regendruppels die als tranen uit de hemel vallen.
Hierbij de beelden, beelden die waarschijnlijk meer kunnen vertellen dan duizend woorden.

Michel Lafaille

Klik op de afbeeldingen voor een vergroting
   
© 2006-2011 Copyright Michel Lafaille - alle rechten voorbehouden